|
De empirische basis van deze regulerende therapie werd bekrachtigd door verschillende wetenschappelijke teams.
Specificiteit van het actieve principe
Het actieve principe wordt gevormd door immunoglobulinen (IG), specifieke eiwitten die zich in het serum bevinden van het paard dat een orgaanextract kreeg.
Uit onderzoek bleek dat de specifieke IG’s zich op de doelcellen hechten.
Bijvoorbeeld : het RES-serum (Reticulo-Endotheliaal Systeem) herkent en hecht zich op een specifieke manier op de menselijke lymfocyten en macrofagen, terwijl het serum Hart-Bloedvaten zich niet op deze cellen hecht, maar wel op de cellen van het hartweefsel.

Immunomodulatie
Het gebruik van specifieke Sera vertegenwoordigt een baanbrekend gebied van de immunomodulatie of therapeutische functionele regulering.
Dit wordt verkregen door het gebruik van herhaalde lichte doses van specifieke Sera.
Onderzoek toonde aan dat het immuunsysteem zowel tussenbeide komt bij fenomenen van interne regulering van het lichaam als bij de verdediging tegen externe stoffen.
Niels Jerne bracht in 1974 de hypothese naar voor van het idiotypisch-netwerk: de antilichamen met idiotypische merkers (idiotypen) veroorzaken de productie van anti-idiotypen waarvan sommige gelijken op het oorspronkelijke antigeen en daardoor een « intern beeld » zijn van dit antigeen.
Deze anti-idiotypen antilichamen die het interne beeld van het toegediende actief principe vertegenwoordigen, hechten zich op de specifieke receptoren van het membraan en veroorzaken zo celactivering.
De specifieke eiwitten van de Sera (Immunoglobulinen) gedragen zich volgens dit principe van het idiotypisch-netwerk en leiden tot regulering van de functies van de doelcellen door sequentiële activering.
Functionele regulering door sequentiële celactivering
De immunoglobulinen spelen de rol van eerste boodschapper en hechten zich met hun Fab fragmenten (fragment antibody) op de specifieke receptoren van het celmembraan.
Deze hechting leidt tot activering van de cyclische nucleotiden die als tweede boodschapper dienst doen tussen de stimulering van het membraan en de activering van de cel.
Het vastgestelde effect hangt af van het type cel dat wordt geactiveerd: zo hangt de contractie van de gladde spieren af van de GMP terwijl hun relaxatie gekoppeld is aan het AMP-gehalte. De opslag van glycogeen in de lever is GMP-afhankelijk, terwijl de vrijgave ervan onder de vorm van bloedglucose AMP-afhankelijk is. De overgrote meerderheid van de lymfocytaire functies is GMP-afhankelijk.
De activering van de nucleotiden leidt tot de activering van de proteïne kinase op niveau van het cytoplasma. Dit leidt tot activering van de transcriptiefactor op niveau van de kern, om vervolgens in te werken op de expressie van de regulerende genen van het DNA. Er vindt dan transcriptie en translatie plaats van het DNA via het boodschapper-RNA wat leidt tot de synthese van eiwitten.
Onderzoeken uitgevoerd met RES-serum hebben aangetoond dat dit een modulerende (of regulerende) invloed heeft op het immuunsysteem.
|